Burgemeester Franc Weerwind van Almere is maandag op gesprek geweest bij formateur Mark Rutte in Den Haag. Weerwind is de beoogd minister voor Rechtsbescherming. De komende dagen gaan alle beoogd ministers en staatssecretarissen langs bij Rutte.

Na afloop van het gesprek met formateur Mark Rutte liet Franc Weerwind weten dat het een moeilijke keuze is geweest om te stoppen als burgemeester van Almere. “U bent in mijn hart, u blijft in mijn hart”, was de boodschap van de vertrekkend burgemeester. “Ik blijf werken voor het publieke belang. Niet alleen voor de stad Almere, maar nu ook voor Nederland.”

Het vertrek van burgemeester Weerwind uit Almere wordt door de partijen in de gemeenteraad met gemengde gevoelens ontvangen. Weerwind krijgt gelukwensen, maar er is ook kritiek op het moment van zijn keuze om minister voor Rechtsbescherming te worden.

Waarnemend burgemeester Almere
Omdat Weerwind nu aftreedt als burgemeester van Almere, wordt er in het provinciehuis naar een geschikte waarnemer gezocht. Commissaris van de Koning Leen Verbeek maakt volgende week bekend wie dit wordt. De opvolger moet belangrijke zaken zoals de Floriade, de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van een nieuw college van B en W in goede banen leiden. Omdat dit een flinke klus is, hebben meerdere fracties uit de Almeerse gemeenteraad aangedrongen op het aanstellen van een politiek zwaargewicht.

Op 10 januari wordt het nieuwe kabinet Rutte IV gepresenteerd, waar Weerwind onderdeel van zal zijn. De waarnemend burgemeester zal dan ook snel beginnen.

De functie
Als minister voor Rechtsbescherming zal Weerwind zich gaan bezighouden met alle taken die verband houden met recht en de rechterlijke organisatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om instellingen als de Raad voor de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming en het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Die laatste uitvoeringsinstantie is vooral bekend als afzender van verkeersboetes. Ook het sanctiebeleid in gevangenissen en tbs-klinieken ‘valt’ straks onder Weerwind. Daarnaast moet hij toezien op de uitvoering van slachtofferhulp, rechtsbijstand en de bescherming van persoonsgegevens.