De belangrijkste oorzaak van de woningcrisis is de geringe doorstroming van ouderen van grote naar kleinere woningen. Als deze doorstroming soepel zou verlopen, zou de woningmarkt er een stuk beter voor staan. Dat zegt een meerderheid van de gemeenten in antwoord op vragen van de NOS en de regionale omroepen.

De NOS en de regionale omroepen vroegen de gemeenten wat zij zien als het grootste probleem op de woningmarkt. Ook vroegen ze wat daarvoor de oorzaken zijn en wat er nodig is om de woningcrisis op te lossen. Van de 352 Nederlandse gemeenten reageerden er 191, grote en kleine, gespreid over het hele land. In Flevoland reageerden alleen Noordoostpolder en Urk.

Wethouder Marian Uitdewilligen (CDA) van Noordoostpolder herkent het probleem. “Het is lastig voor starters en beginners op de woningmarkt om een huis te kunnen kopen. Die hebben niet veel geld en er is veel vraag en weinig aanbod.” Ook merkt de wethouder dat de zogenoemde doorstroming van ouderen staakt.

Als ouderen het huis dat ze met hun gezin bewoonden – na het uitvliegen van de kinderen – gemakkelijker zouden kunnen inwisselen voor een aantrekkelijke kleinere woning zoals een appartement, komt het oude huis beschikbaar voor een nieuw gezin. Maar omdat er nauwelijks geschikte en betaalbare appartementen voorhanden zijn, gebeurt dat veel te weinig en stokt de woningmarkt, zeggen de gemeenten.

Hoe pakt de gemeente NOP het probleem aan?
In het centrum van Emmeloord wordt flink gebouwd voor starters en ouderen. Naast het bouwen is de gemeente Noordoostpolder ook een campagne gestart, legt wethouder Uitdewilligen uit. “Om mensen bewust te maken van: ‘waar wil ik nou wonen als ik oud ben?’ Blijf ik dan hier in mijn huis zonder slaapkamer beneden met een smalle trap?” Een huis moet volgens de wethouder geschikt zijn om oud in te worden. Met een campagne moeten mensen daar bewust van worden en mogelijk hun grote huis met meerdere verdiepingen in te ruilen voor een gelijkvloers appartement. “Want iedere oudere die een grote woning verlaat, schept ruimte voor een starter.”

Stikstof, statushouders en huisjesmelkers nauwelijks genoemd
Opmerkelijk is dat statushouders (erkende asielzoekers die recht hebben op een huis), stikstofregels, beleggers, makelaars en huisjesmelkers nauwelijks genoemd worden als veroorzakers van de woningcrisis. Veel minder in ieder geval dan het tekort aan bouwgrond, gebrek aan regie vanuit het Rijk of de lage hypotheekrente.

Gevraagd naar het grootste probleem noemen de gemeenten het tekort aan goedkope koopwoningen en sociale huurwoningen. Op de derde plaats noemen ze weer het ontbreken van genoeg passende woningen voor senioren. Kleine gemeenten (met minder dan 20.000 inwoners) noemen dat zelfs als het grootste probleem.

Verhuurderheffing
Meer dan tweederde van de gemeenten (69 %) denkt dat het afschaffen van de verhuurderheffing voor woningcorporaties belangrijk is voor het oplossen van de woningcrisis. Als de corporaties meer geld beschikbaar hebben, kunnen ze ook meer bouwen, is de redenering. Een op de drie gemeenten noemt ook het invoeren van een zelfbewoningsplicht voor huizenkopers als deel van de oplossing.

Opvallend is dat veel gemeenten in de vrije commentaarruimte klagen over stroperige procedures en over de rol van de provincie. Als de provincie zich minder zou bemoeien met de planning zou er sneller en meer gebouwd kunnen worden, zeggen ze.