Als vrijwillige brandweerlieden geen diensten meer mogen draaien op brandweerkazernes waar ook beroepskrachten werken, is er jaarlijks ruim 4 miljoen euro extra nodig voor de brandweerzorg in Flevoland. Er moeten dan namelijk 52 extra beroepskrachten worden aangenomen. Dat heeft het bestuur van de Veiligheidsregio aan de Flevolandse gemeenteraden laten weten.

Zonder de extra beroepskrachten zouden volgens de Veiligheidsregio op de kazernes in Almere en Lelystad te weinig voertuigen kunnen worden ingezet om bij een brand of andere calamiteit tijdig ter plaatse te zijn. Voor de andere gemeenten zou het betekenen dat de inzet van een tweede blusvoertuig, hoogwerker of ladderwagen langer op zich zou laten wachten.

‘Combinatie tussen betaald en vrijwillig moet stoppen’
Vier van de vijftien brandweerposten in Flevoland zijn dag en nacht bemenst. Dat gebeurt met een mix van beroepskrachten en vrijwilligers. Maar omdat die op een verschillende manier beloond worden, is dit in strijd met Europese regels. De overheid en de Nederlandse brandweer zoeken al sinds 2019 naar een oplossing voor het probleem. Uit verschillende juridische onderzoeken is gebleken dat de brandweer in dorpen ook in de toekomst met vrijwilligers kan blijven werken, maar dat er gestopt moet worden met de combinatie van beroepskrachten en vrijwilligers op kazernes.

Veiligheidsregio’s: ‘Minister moet kosten betalen’
De Veiligheidsregio denkt dat het een paar jaar gaat duren voor er op de kazernes uitsluitend beroepskrachten werken. Gehoopt wordt dat een deel van de vrijwilligers in de toekomst als beroepskracht of parttimer aan de slag gaat. Omdat het om een opgelegde, landelijke aanpassing van de werkwijze gaat, willen de Veiligheidsregio’s dat de minister van Justitie en Veiligheid alle incidentele en structurele kosten op zich neemt. Maar de minister heeft daarvoor nog geen toezegging gedaan. Compensatie vanuit het Rijk zou ook lastig zijn, omdat niet voor elke regio de consequenties even groot zijn.

Uit voorzorg is de brandweer in Flevoland al gestart met het aannemen van extra beroepskrachten. De extra kosten daarvan worden betaald uit een reservering van 2,1 miljoen euro die ervoor getroffen is.